Lachende banaan
Lachende banaan

Cloisonné

Bij cloisonné wordt gewerkt met Cloisonnedraad. Dit  is een geplette draad, lintvormig en staat op de smalle kant. Hiermee worden figuren gebogen die cellen (cloisons) vormen waarin de emaille aangebracht wordt. De geplette draad voorkomt dat de kleuren in elkaar overvloeien tijdens het verhitten. Het oppervlak wordt geslepen en dan zijn de cloisonnedraden zichtbaar als fijne lijnen.

Ook kan men de draad-emaille techniek gebruiken.

We spreken van draad-emaille als de gebruikte draden niet afgewerkt worden en het dus niet geslepen wordt in een vlak met het emaille. Dit gebeurt vaak bij het werken met koperdraad als cloisonnedraad. De koperdraden steken als geoxideerde donkere lijnen  iets boven het emaille-oppervlak uit. De koperdraden kunnen een heel decoratief element vormen in het uiteindelijke ontwerp.

Koper kan prima als ondergrond gebruikt worden, dit scheelt enorm in de kosten en door het gebruik van fijn zilver draad krijg je toch een edele uitstraling. Het is wel van belang om een harde onderlaag emaille aan te brengen en niet te hoog te branden Als de zilverdraden door het emaille heen zakken en in contact komen met het koper zullen ze uitvloeien.

Ter voorbereiding maak je een lijntekening en geef je globaal de kleuren aan. Het is handig om je tekening verschillende  keren te kopieren en met potlood in te kleuren om zodoende vooraf een idee te krijgen van het effect. Schrijf de kleurnummers in je tekening. Dit is belangrijk omdat je meerdere laagjes moet aanbrengen.

  1. We beginnen met het schoonmaken van het plaatje waarna we gaan contra-emailleren. Hierna weer schoonmaken.
  2. Onderlaag van harde wit of fondant aanbrengen (strooien), branden
  3. Tweede laag aanbrengen, branden
  4. Vlakslijpen.
  5. Koper- of zilverdraad in het gewenste motief buigen.
  6. Let erop dat de draad vlak blijft. Het helpt als je niet al te lange stukken gebruikt.
  7. Eventueel gloeien en nabuigen tot het vlak op je emailleoppervlak ligt.
  8. Met wat emaillelijm insmeren en in de juiste positie laten drogen.
  9. Vastzetten dmv branden.
  10. Mocht er een draad niet in de emaille gezakt zijn dan kan je die met een spateltje aandrukken als het net uit de oven komt en de emaille nog zacht is. Nogmaals branden.
  11. Het fijnzilverdraad komt schoon uit de oven maar de rand van het koperplaatje is wel geoxideerd. Schuren met carborundum steentje of schuurpapier.
  12. Als het draadpatroon vastgesmolten en schoongemaakt is kan het invullen met de kleuren beginnen.
Lachende banaan

Vul de cloisons met de emaille. Branden. Vullen. Herhalen tot de cloisons gevuld zijn. Pas dan kan het slijpen van de draden beginnen.

Eventueel dieper gelegen delen nog bijvullen, branden. Na het slijpen met de carborundum steen doorgaan met waterproof schuurpapier. Er mogen geen diepe krassen in het emaille zitten en het draad moet ook krasvrij zijn. Nu heel goed schoonborstelen met een glasborstel onder stromend water. Draag hierbij huishoudhandschoenen want de glasvezels kunnen door je huid prikken. Door het slijpen en schuren is de emaille mat geworden. Door nogmaals te branden komt de  glans weer terug, dit noemen we glansbranden. Door het oppervlak met steeds fijner schuurpapier te slijpen kunnen we verschillende stadia van matheid bereiken. Een matte satijnglans kan ook prachtig zijn.

We werken met gewassen emailles. Deze methode heet “nat opbrengen”. Je kunt hiervoor (zelfgemaakte) spateltjes, kroontjespennen of een ganzeveer gebruiken.

In de galerij kunt u foto’s zien van emaillewerken die met deze techniek gemaakt zijn.